ACHTERGROND

Doel van dit onderzoek was te inventariseren onder vrouwen die een traumatische bevallingservaring hebben gehad hoe zij denken dat dit voorkomen had kunnen worden.

Er is de afgelopen 20 jaar veel onderzoek gedaan naar vrouwen met een posttraumatische stress stoornis (PTSS) na de bevalling. We weten dat in westerse landen PTSS na de bevalling bij ongeveer 3% van de vrouwen voorkomt, de Nederlandse cijfers liggen rond de 1-2%. Het percentage vrouwen dat aangeeft dat zij de bevalling als traumatisch heeft ervaren varieert in de wetenschappelijke literatuur van 9 tot 21 %. Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar risicofactoren voor het ontwikkelen van PTSS na de bevalling. Daarentegen is er nog maar weinig onderzoek gepubliceerd over de behandeling van PTSS na de bevalling, hoewel er vooralsnog geen duidelijke redenen zijn om aan te nemen dat die behandeling anders zou moeten zijn dan bij PTSS na andere vormen van traumatische ervaringen. 

Over de preventie van PTSS na de bevalling en traumatische bevallingservaringen was nog weinig bekend. Sterker nog: er waren geen goede, grootschalige studies gepubliceerd over hoe vrouwen zelf denken dat hun traumatische bevallingservaring voorkomen had kunnen worden. Doel van deze studie is om daar verandering in te brengen. 

Dit onderzoek is beoordeeld door de Commissie Mensgebonden Onderzoek (CMO) van het Radboudumc te Nijmegen (nummer 2016-2305) als zijnde niet-WMO plichtig.